ECTRIMS 2026 dag voor dag: wat speelt er in Toronto en wat betekent het voor jou?

by Bram en AI

Een meegroeiend overzicht voor mensen met MS en hun naasten.

Bram en AI | Stichting MS in Beeld | laatst bijgewerkt op 22 oktober 2026, na dag 1

Deze week komen in Toronto duizenden onderzoekers, artsen en andere deelnemers bijeen om te praten over MS. Wij zijn er niet bij. Stichting MS in Beeld volgt het congres op afstand, via het congresprogramma, de officiële podcasts, blogs van deskundigen en berichten van fabrikanten. Na elke dag komt er op deze pagina een stuk bij, met drie vragen als rode draad: waar wordt aan gewerkt, welke kant denken onderzoekers op, en wat heb je daar nu aan?

OnderdeelStatus
Wat is ECTRIMS?klaar
Voorcongresdag, dinsdag 20 oktoberklaar
Dag 1, woensdag 21 oktoberklaar
Dag 2, donderdag 22 oktobervolgt
Dag 3, vrijdag 23 oktobervolgt
Patient Community Day, vrijdag 23 oktobervolgt

Wat is ECTRIMS?

ECTRIMS is de Europese organisatie voor onderzoek naar en behandeling van MS. Haar jaarlijkse congres geldt als een van de grootste wetenschappelijke MS-bijeenkomsten ter wereld. Dit jaar organiseren ECTRIMS en de Amerikaanse zusterorganisatie ACTRIMS het congres samen, voor de tiende keer. De naam van dit congres is MSToronto2026, het thema is Unifying Multiple Sclerosis.

De feiten op een rij:

  • Waar: het Metro Toronto Convention Centre in Toronto, Canada.
  • Wanneer: een voorcongresdag op 20 oktober, het hoofdprogramma van 21 tot en met 23 oktober.
  • Hoeveel mensen: volgens de organisatoren ruim 7000 geregistreerde deelnemers uit 102 landen.
  • Hoeveel programma: ongeveer 70 sessies en 1850 posters.
  • Voor patiënten: op 23 oktober is er een Patient Community Day, in Toronto en online.

Er lopen steeds meerdere sessies tegelijk. Op woensdagochtend om half negen waren er acht onderwijssessies in hetzelfde uur, en om kwart voor drie begonnen er opnieuw acht tegelijk. Niemand kan dus alles zien, ook de mensen die er wel zijn. Wie op dag 1 om 08.30 begint en blijft tot het einde van de eerste postersessie om 18.30, zit tien uur op het congres. Elk verslag, ook dit, is daarom een selectie.

Een titel in het programma is nog geen onderzoeksuitkomst. Een congresabstract bevat bovendien minder informatie dan een volledig onderzoeksartikel. Of de resultaten ook als volledig artikel zijn gepubliceerd, verschilt per studie.

Voorcongresdag, dinsdag 20 oktober

De dag vóór het eigenlijke congres ging over MS bij kinderen en over aandoeningen die op MS lijken, zoals NMOSD, MOGAD en auto-immuunencefalitis. Volgens de officiële podcast waren bijna 1500 mensen erbij, ter plaatse en online. Ann Yeh, hoogleraar neurologie aan de University of Toronto en werkzaam in het kinderziekenhuis Hospital for Sick Children, blikte in die podcast terug. Haar boodschap: neuro-immunologie is verder gekomen dan “MS of geen MS”. Hoe beter duidelijk is welk biologisch proces bij iemand speelt, hoe gerichter behandeld kan worden.

Ze noemde twee voorbeelden:

  • MOGAD en het complementsysteem. Een presentatie ging over complement, een onderdeel van de afweer. Mensen met MOGAD, een aandoening die op MS kan lijken, verschillen sterk: sommigen krijgen nieuwe aanvallen en anderen niet, en ook het herstel loopt uiteen. De presentatie liet zien dat er ook op weefselniveau verschillen zijn. Yeh zegt dat dit haar manier van denken en werken bij MOGAD gaat veranderen. Een concreet behandeladvies werkte ze niet uit.
  • Een CAR-T-casus. Een patiënt met een andere ziekte, anti-NMDA-receptorencefalitis, was vier jaar ernstig ziek en knapte na CAR-T-celtherapie binnen negen maanden duidelijk op. Het publiek applaudisseerde. Het blijft één patiënt met een andere aandoening dan MS: een aanwijzing om verder te onderzoeken, geen bewijs dat het bij MS werkt.

Voor jou als je MS hebt, is dit vooral achtergrond. Het laat zien dat het denken ook rond MS verschuift van een ziektenaam naar het onderliggende mechanisme, en daar ging dag 1 ook over. Luister de ECTRIMS-podcast met Ann Yeh voor het hele gesprek.

Dag 1, woensdag 21 oktober

Kort gezegd: een nieuw wit vlekje op je MRI is niet automatisch nieuwe MS-activiteit. Een deel van dag 1 draaide om het beter leren lezen van scans en om sneller diagnosticeren, om een nieuwe manier om het ziektebeloop te beschrijven en om de vraag hoe je behandelingen eerlijker vergelijkt. De bronnen die we hier bespreken geven geen aanleiding voor een persoonlijk behandeladvies, maar ze laten goed zien waar het onderzoek naartoe beweegt.

Een scan beter lezen

Over de openingslezing hebben we de meest directe bron: Daniel Reich vertelde er zelf over in de officiële ECTRIMS-podcast. Hij leidt een onderzoeksgroep bij de Amerikaanse National Institutes of Health. Hij klinkt enthousiast over wat samenwerking en beeldvorming al hebben opgeleverd, en ongeduldig als het gaat over progressieve MS. Dat is zijn perspectief, geen uitspraak namens het hele congres. Hij was ook onder de indruk van een sessie met nieuwe MRI-resultaten, waar hij vlak voor het interview vandaan kwam. Welke sessie dat was, zegt hij niet. Op het programma stond die middag sessie S5 over nieuwe MRI van hersenen en ruggenmerg, met onder meer ijzer en myeline uit elkaar houden (Cristina Granziera), betere MRI van het ruggenmerg (Julien Cohen-Adad) en randlaesies, hersenverbindingen en cognitie (Dayoung Seo). Dat is waarschijnlijk, maar niet bevestigd.

Zijn rode draad: MRI kan verbinden wat jij ervaart, wat een arts op een scan ziet en wat een onderzoeker onder de microscoop vindt. Zijn voorbeeld dat het meest raakt aan het leven met MS: ook als je MS al hebt, kunnen er door het ouder worden witte-stofafwijkingen bij komen die met de bloedvaten te maken hebben. Op een scan lijken ze soms op MS-laesies, maar de MS-behandeling richt zich daar niet op. Een kenmerk als het central vein sign (een klein bloedvaatje midden in een laesie) kan helpen onderscheid te maken. Reich noemt dit en de paramagnetische randlaesies als onderdelen van de nieuwe diagnostische criteria. Hij beschrijft ook hoe lang het duurde voor het central vein sign klinisch bruikbaar was: onderzoeksgroepen moesten definities afspreken, scantechnieken ontwikkelen en samenwerken met scannerfabrikanten, en het bewijs moest radiologen en neurologen overtuigen. Als voorbeeld noemt hij ongeveer vijf extra minuten scantijd: zo’n afweging telt in de praktijk mee.

Een tweede lijn is de koppeling van scans aan hersenweefsel. Via de National MS Brain Bank stemmen mensen tijdens hun leven in met latere donatie. Omdat er dan ook scans van die persoon zijn, kunnen onderzoekers dezelfde plek op de scan en onder de microscoop terugvinden. Zo kunnen ze nagaan welk weefselproces achter een afwijking op MRI zit. Dat maakt een kenmerk op een scan een betrouwbaardere maat voor wat de ziekte doet, en dat helpt weer om behandelingen gerichter te onderzoeken. Reich beschrijft ook zeer gedetailleerde scans van gedoneerde hersenen en ruggenmerg, soms een hele nacht lang. Dat is onderzoek aan weefsel, geen scan zoals jij die krijgt.

Waar dit voor progressieve MS om draait: MRI heeft de studies naar behandelingen voor relapsing MS versneld, en Reich wil hetzelfde bereiken voor progressieve MS. Dat is een veel moeilijkere opgave, en voor hem een urgente. Hij meldt geen nieuw middel tegen progressie, het gaat over betere manieren om te meten en te testen.

Meer over wat je op MRI-beelden ziet, vertellen we in onze video MRI-beelden bij MS.

Sneller diagnosticeren

De weg naar een MS-diagnose kan lang duren, en sommige mensen lopen jarenlang rond met klachten die als vaag worden afgedaan. Hoe maak je de diagnose sneller, en toch betrouwbaar en toegankelijk? Daar ging de ochtendsessie Diagnosis Unified (S1) over, met een kanttekening: de bijdragen gaan over wat er gebeurt als iemand al bij een neuroloog is met een vermoeden van MS. De stap daarvoor, bij de huisarts, komt in onze bronnen niet aan bod.

Wat er wel was, volgens de congresabstracts (alle drie observationeel onderzoek):

  • Nieuwe criteria, snellere diagnose. In een Europees cohort (MAGNIMS) voldeed 81,6% van de mensen met vermoedelijke MS aan de McDonald-criteria van 2024, tegenover 62,6% met die van 2017, en kwam de diagnose eerder in beeld. De grootste extra winst kwam van oogzenuwbetrokkenheid. In een Midden-Europees praktijkcohort ging het om 18 extra mensen (5,5%).
  • Een scan van het netvlies (OCT). Het onderzoek VISION-MS keek of zo’n scan kan helpen aantonen dat er al op meer dan één moment ziekteactiviteit is geweest, via de oogzenuw. Voor het voorspellen van een tweede aanval voegde het weinig toe: de gevoeligheid was met en zonder OCT gelijk (89,6%).
  • Toegang tot zorg. Amerikaanse gegevens laten zien dat wie meer neurologen, MS-specialisten en MRI-voorzieningen in de buurt heeft, minder kans heeft op een late diagnose. De auteurs pleiten voor eerlijker toegang.

Sneller is niet automatisch beter. Bij S1 stond ook een bijdrage over de winst én de risico’s van een ruimere diagnostische afbakening, en een onderwijssessie ging over het heroverwegen van een MS-diagnose (ES7). Wat dit betekent voor mensen die al jaren klachten hebben zonder diagnose, kunnen we uit deze bronnen niet afleiden.

MS anders indelen

Op dag 1 stond ook de vraag of de bekende indeling in relapsing en progressieve MS nog past bij wat bekend is over de biologie. In sessie S2 en in het Charcot-partnersymposium (met een bijdrage van Fred Lublin over de indeling van het ziektebeloop) ging het over beschrijvingen die dichter bij de onderliggende processen liggen. Reich vond de huidige beschrijvingen verouderd. Er is volgens hem veel energie en veel gegevens, maar nog geen uitvoerbaar gezamenlijk voorstel. Hij hoopt op een voorstel bij ECTRIMS 2027, en dat is zijn eigen ambitie, geen afspraak.

Het congresthema Unifying MS wordt door deskundigen op verschillende manieren gelezen. Neuroloog Gavin Giovannoni schrijft in zijn blog MS-Selfie vooral over aanvallen en geleidelijke achteruitgang als twee uitingen van hetzelfde onderliggende proces, met smeulende MS als kern. Reich legt in de podcast de nadruk op het verbinden van meetmethoden en biologie. Dat zijn verwante gedachten, maar geen gezamenlijk besluit over een nieuwe indeling. Hoe smeulende MS eruitziet, leggen we uit in onze video Smeulende MS: wat je neuroloog niet ziet (maar jij wel voelt).

Epstein-Barr-virus

Het Epstein-Barr-virus (EBV, het virus achter de ziekte van Pfeiffer) is een terugkerend onderwerp op dit congres. Op dag 1 presenteerde Patrick Kearns in S2 om 12.11 onderzoek naar latent EBV in bepaalde B-cellen en vroege MS-activiteit. Volgens Giovannoni gaat het om 440 pas gediagnosticeerde mensen. Het virus kan zich als latente infectie in B-cellen bevinden, en B-cellen spelen een rol bij MS. Volgens Giovannoni gaat het om een verband met vroege activiteit en beperkingen dat verder gaat dan alleen de antistofrespons. Het partnersymposium van de Charcot Foundation had EBV ook op de agenda.

Het gaat om een verband, niet om bewezen oorzaak en gevolg. Achtergrond vind je in onze video Zit het vaccin dat MS voorkomt al in de bovenarm van een Amerikaan? uit 2022.

Behandelingen naast elkaar gelegd

In sessie FC3 stonden zes presentaties over de werkzaamheid van behandelingen. Vier daarvan laten goed zien hoe je nieuwsberichten over medicijnen leest:

PresentatieWat is gemeld, en door wie?Let op bij het lezenWaarom is dit belangrijk voor mensen met MS?
FENhance 1 en 2 (Maria Pia Sormani): fenebrutinib, een BTK-remmer, tegenover teriflunomide bij relapsing MSVolgens het congresabstract gemiddeld 0,06 aanvallen per jaar bij fenebrutinib tegenover 0,13 bij teriflunomide. Roche spreekt van 55% minder aanvallen. Het effect op toename van beperkingen noemt Giovannoni bescheiden.Minder aanvallen zegt niet automatisch iets over achteruitgang: dat zijn verschillende uitkomsten. De vergelijking is met teriflunomide, niet met een anti-CD20-middel. Roche is de fabrikant.Het laat zien hoe een nieuw soort middel (een BTK-remmer) het doet ten opzichte van een bestaand middel.
OVERLORD-MS (Øivind Torkildsen): rituximab tegenover ocrelizumab bij pas gediagnosticeerde relapsing MS. Al op 2 juli 2026 gepubliceerd in het New England Journal of Medicine, in Toronto besprokenEen gerandomiseerde, dubbelblinde studie bij 216 behandelde deelnemers. De geschatte kans op geen nieuwe of groter wordende MRI-laesies tussen maand 6 en 24 lag bij beide middelen boven 90% (92,2% bij rituximab, 94,8% bij ocrelizumab). Rituximab was daarmee niet slechter binnen de vooraf gekozen marge. Aanvallen, beperkingen en cognitie leken vergelijkbaar. Infecties kwamen vaker voor bij rituximab (82% tegenover 69%), ernstige bijwerkingen ongeveer even vaak (8% en 7%).“Niet slechter” binnen een marge is niet hetzelfde als “in alle opzichten gelijk”. Het gaat vooral om MRI. Rituximab wordt bij MS off-label gebruikt, dus niet geregistreerd voor deze ziekte. Bron: PubMed, NEJM.Hier gaat het om doelmatigheid: rituximab is veel goedkoper dan ocrelizumab. Als een goedkoper middel op MRI niet slechter is, kan dat de zorg betaalbaarder en toegankelijker maken. De auteurs noemen de lagere kosten zelf als argument.
Deens landelijk onderzoek (Eliza Varju): vroeg sterk behandelen tegenover opbouwenVolgens Giovannoni minder aanvallen bij vroeg sterk behandelen, maar geen duidelijke vermindering van achteruitgang onafhankelijk van aanvallen (PIRA).Aanvallen en geleidelijke achteruitgang zijn verschillende dingen. Het onderzoek is observationeel en niet gerandomiseerd, en “geen duidelijk effect” is niet hetzelfde als “bewezen geen effect”.Het gaat om de vraag of je beter meteen sterk kunt beginnen of eerst kunt opbouwen.
Ocrelizumab tegenover ofatumumab (Davide Maccarrone en Chao Zhu): twee vergelijkingen met praktijkgegevensMaccarrone (POINT-MS, 340 mensen met relapsing MS, tot ongeveer twee jaar gevolgd): na statistische correctie geen aantoonbare verschillen in hersenvolumeverlies, nieuwe MRI-laesies, aanvallen en bloedbiomarkers. Zhu (registers MSBase en OFSEP, 5288 mensen na matching): gemiddeld 0,04 aanvallen per jaar bij ocrelizumab tegenover 0,07 bij ofatumumab, en ofatumumab ging samen met minder bevestigde achteruitgang maar ook met minder kans op bevestigde verbetering. De auteurs noemen de verschillen bescheiden en de klinische betekenis onzeker. Deze studie verscheen al in augustus in het tijdschrift JNNP.Beide zijn praktijkgegevens zonder gerandomiseerde behandelingstoewijzing. “Geen aantoonbaar verschil” is niet hetzelfde als bewezen gelijkwaardig, en de follow-up is kort (in de Zhu-studie gemiddeld rond 1,2 tot 1,4 jaar).Er komt geen eenvoudige winnaar uit: wat je ziet hangt af van de uitkomst waarop je let. Een ranglijst van medicijnen volgt niet uit één cijfer.

Het belangrijkste inzicht uit deze tabel: minder aanvallen, minder nieuwe MRI-laesies en minder toename van beperkingen zijn drie verschillende uitkomsten. Over BTK-remmers in het algemeen vertellen we meer in onze video BTK-remmers, een oplossing voor ‘de echte MS’?. De volledige abstracts van deze studies hebben we nog niet beoordeeld.

Rituximab en doelmatigheid. Rituximab en ocrelizumab werken allebei op B-cellen. Rituximab is veel goedkoper, maar niet voor MS geregistreerd. De vraag of een goedkoper middel kan worden ingezet zonder aantoonbaar verlies aan effectiviteit of veiligheid is daarom ook in Nederland relevant. Hier loopt de studie Noisy Rebels: een gerandomiseerde, viervoudig geblindeerde studie bij 200 mensen met relapsing MS in twintig MS-centra, waarin niemand weet wie rituximab of ocrelizumab krijgt. De inclusie was in november 2025 compleet en de deelnemers worden 2,5 jaar gevolgd. De resultaten worden in 2028 verwacht, samen met die van drie vergelijkbare Europese studies (ROC-MS). Tot dan is OVERLORD-MS een eerste antwoord en geen eindoordeel.

Meer dan medicijnen

Naast medicijnen was er op dag 1 ruimte voor onderwerpen uit het dagelijks leven met MS: cognitieve klachten, zwangerschap en borstvoeding, bewegen en voeding, en de rol van MS-verpleegkundigen. In onze bronnen staan hier nog geen uitkomsten van, alleen het programma.

Wat heb je nu, en wat is nog onderzoek?

OnderwerpWat je nu hebtWat nog onderzoek is
Je MRIHet central vein sign en randlaesies zijn onderdeel van de nieuwe diagnostische criteria, in specifieke situaties en als de techniek beschikbaar is. Wat jouw ziekenhuis kan, verschilt.Gebruik bij het volgen van de ziekte en bij het beoordelen van behandelingen, en bij mensen die al een diagnose hebben (Reichs voorbeeld van vaatgerelateerde vlekjes).
DiagnoseDe McDonald-criteria van 2024, waarin onder meer oogzenuwbetrokkenheid en het central vein sign kunnen meetellen.Of de diagnose daarmee in de praktijk sneller komt, en hoe mensen met vage klachten eerder bij de juiste zorg komen.
De indeling van MSRelapsing en progressief, zoals je neuroloog ze gebruikt.Een indeling op basis van de biologie. Volgens Reich ligt er nog geen uitvoerbaar gezamenlijk voorstel.
MS-medicijnenMS-medicijnen die nieuwe ontstekingen voorkomen, vooral bij relapsing MS. Bij progressieve MS zijn de mogelijkheden beperkter.Nieuwe middelen en vergelijkingen tussen bestaande middelen.
EBVGeen MS-behandeling die op EBV is gericht.Verbanden tussen EBV en vroege ziekteactiviteit.

Even eerlijk: dit is een kijkje in de richting van het onderzoek en geen nieuwe behandeling. Een vraag die je je neuroloog kunt stellen: hoe wordt bij mijn scans bepaald of een nieuwe afwijking bij MS past?

Dag 2, donderdag 22 oktober

Volgt.

Dag 3, vrijdag 23 oktober

Volgt.

Patient Community Day, vrijdag 23 oktober

Volgt.

Bronnen en kanttekeningen

Wij waren niet bij het congres en hebben geen presentaties zelf gezien. Deze pagina is gebaseerd op:

Sessies uit het programma waar deze pagina naar verwijst (dag 1, tijden in Toronto). Dit is wat op het programma stond, niet wat sprekers uiteindelijk concludeerden.

  • Openingslezing, 10.13 tot 10.43: Daniel Reich, Unifying Multiple Sclerosis: Imaging from Teams to Tissue to Biology.
  • S1, Diagnosis Unified, 11.15 tot 12.45: onder meer VISION-MS (Nik Krajnc), de MAGNIMS-studie naar de McDonald-criteria van 2024 (Luca Bollo), een Midden-Europees praktijkcohort (Fabian Föttinger) en geografische toegang tot zorg (Marisa McGinley).
  • S2, biologisch beschreven ziektebeloop, vanaf 11.15, met om 12.11 Patrick Kearns over latent EBV in B-cellen en vroege MS-activiteit.
  • S5, nieuwe MRI van hersenen en ruggenmerg, 14.45 tot 16.15: waarschijnlijk de sessie die Reich bedoelt met nieuwe MRI-resultaten (niet bevestigd).
  • Partnersymposium van de European Charcot Foundation, vanaf 14.45: EBV, microbioom en indeling van het ziektebeloop (Fred Lublin).
  • FC3, werkzaamheid van behandelingen, 14.45 tot 15.55: FENhance (Maria Pia Sormani, 14.50), OVERLORD-MS (Øivind Torkildsen, 15.00), twee vergelijkingen van ocrelizumab en ofatumumab (Davide Maccarrone, 15.10, en Chao Zhu, 15.20) en het Deense onderzoek (Eliza Varju, 15.30).

Deze pagina is algemene voorlichting en vervangt geen persoonlijk medisch advies. Bespreek vragen over je eigen behandeling met je neuroloog of MS-verpleegkundige.

You may also like

Leave a Comment

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More