Een helder, kritisch en wetenschappelijk onderbouwd overzicht
Stichting MS in Beeld – bijgewerkt: januari 2026
Waarom dit artikel?
Over vitamine D en MS wordt veel gezegd en geschreven. Soms terecht, soms te stellig. In dit artikel zetten we de huidige stand van de wetenschap op een rij, zonder overselling en zonder onterechte hoop. We maken steeds duidelijk onderscheid tussen:
- het risico op het ontstaan van MS
- zeer vroege MS / CIS
- bestaande MS
En vooral: wat dit wel en niet betekent voor mensen met MS.
1. Vitamine D en het risico op MS
Wat weten we wél?
Uit tientallen observationele studies blijkt dat mensen met lage vitamine D-spiegels vaker MS ontwikkelen dan mensen met hogere spiegels. Dit patroon wordt ondersteund door:
- het bekende breedtegraad-effect (meer MS verder van de evenaar)
- het geboortemaandeffect (iets hoger risico bij geboorte na de winter)
- grote cohortstudies waarin hogere 25(OH)D-spiegels samenhangen met een lager MS-risico
Daarnaast laten genetische studies (Mendeliaanse randomisatie) zien dat mensen die genetisch een lagere vitamine D-status hebben, ook een hoger MS-risico hebben. Dat maakt een causaal verband waarschijnlijk, maar niet absoluut bewezen.
Wat betekent dit nÃét?
- Het betekent niet dat vitamine D MS kan voorkomen bij iedereen.
- Het betekent niet dat hoge doseringen een garantie zijn tegen MS.
Vitamine D lijkt een meespeelende factor in een complex samenspel van genetische aanleg, infecties (zoals EBV) en omgevingsfactoren.
2. Vitamine D in een zeer vroege fase van MS (CIS)
De sterkste klinische resultaten voor vitamine D komen uit onderzoek bij mensen met een clinically isolated syndrome (CIS): een eerste demyeliniserende aanval, vóórdat de diagnose MS definitief is gesteld.
In een grote gerandomiseerde studie (D-LAY) leidde hoge dosis vitamine D tot:
- minder ziekteactiviteit op MRI
- een langere tijd tot nieuwe ziekteactiviteit
De belangrijke nuance
- Dit betrof mensen heel vroeg in het ziekteproces.
- Er werd niet vergeleken met vroege start van een ziektemodificerende therapie (DMT).
De belangrijkste les uit dit onderzoek is daarom:
Timing lijkt cruciaal. Vitamine D kan vooral effect hebben in een vroege, inflammatoire fase van de ziekte.
3. Vitamine D bij bestaande MS
Wat laten gerandomiseerde trials zien?
De best beschikbare samenvatting van gerandomiseerde studies (21 trials, bijna 2.000 deelnemers) laat zien dat vitamine D:
- statistisch significante, maar kleine effecten heeft op:
- het aantal mensen dat een relapse krijgt
- MRI-activiteit
- EDSS-score (gemiddeld −0,17 punt)
- geen effect heeft op:
- jaarlijkse relapsfrequentie (ARR)
- vermoeidheid
- kwaliteit van leven
- loopfunctie
De onderzoekers benadrukken expliciet dat de gevonden EDSS-verandering onder de drempel van klinische relevantieligt.
Duur maakt uit
Een belangrijk detail: een effect op relapses werd alleen gezien bij gebruik langer dan 12 maanden. Kortdurende suppletie liet geen voordeel zien.
Wat betekent dit concreet?
Vitamine D is bij bestaande MS:
- geen ziekte-modificerende therapie
- geen vervanging voor DMT’s
- hooguit een ondersteunende aanvulling met een klein gemiddeld effect
4. Wat leren real-world studies?
Grote registerstudies uit de dagelijkse praktijk laten zien dat:
- hogere bloedspiegels van 25(OH)D samenhangen met iets minder relapses
- het effect per 10 nmol/L stijging klein maar consistent is
Belangrijk hierbij:
- dit zijn associaties, geen bewijs van causaliteit
- MRI-effecten zijn in deze studies niet overtuigend aangetoond
Deze studies ondersteunen vooral één praktisch punt:
Het gaat niet om de dosis die je slikt, maar om de bloedspiegel die je bereikt.
5. Hoe zou vitamine D kunnen werken?
Vitamine D heeft biologische effecten die passen bij MS, waaronder:
- Immuunmodulatie: minder pro-inflammatoire en meer regulerende immuunreacties
- Invloed op de bloed-hersenbarrière (vooral experimenteel aangetoond)
- Effecten op myelineherstel in cel- en diermodellen
Deze mechanismen zijn biologisch plausibel, maar verklaren vooral waarom een klein effect mogelijk is – niet waarom grote klinische effecten ontbreken.
6. Dosering, bloedspiegels en veiligheid
Bloedspiegels
Veel MS-centra hanteren de volgende indeling:
- < 50 nmol/L: tekort
- 50–75 nmol/L: insufficiënt
- ~75–100 nmol/L: meestal voldoende
Sommige artsen streven naar waarden boven 100 nmol/L, maar:
Het bewijs dat dit duidelijk beter is dan 75–100 nmol/L is beperkt en vooral observationeel.
Veiligheid
Vitamine D is over het algemeen veilig, maar:
- hoge doseringen kunnen leiden tot verhoogd calcium
- controle is verstandig bij langdurig gebruik
- extra voorzichtigheid is nodig bij nierproblemen
Hoge doseringen horen daarom bij voorkeur onder medische begeleiding.
7. Wat betekent dit voor mensen met MS?
Samengevat
- Het is zinvol om een vitamine D-tekort te corrigeren.
- Verwacht geen merkbare verbetering van klachten bij bestaande MS.
- Zie vitamine D als aanvulling, niet als behandeling.
- Blijf realistisch: effecten zijn gemiddeld klein en verschillen per persoon.
Kader: Wat zegt de Nederlandse richtlijn?
Nederlandse richtlijn Multiple Sclerose (NVN, Richtlijnendatabase)
Op basis van systematisch beoordeeld bewijs (GRADE) concludeert de richtlijn dat het onduidelijk is of vitamine D-suppletie effect heeft op ziekteprogressie, MRI-laesies, EDSS, relapses of kwaliteit van leven bij mensen met MS. Het bewijs voor al deze uitkomstmaten wordt beoordeeld als zeer laag.De richtlijn adviseert daarom vitamine D niet als behandeling voor MS, maar ziet het corrigeren van een vitamine D-tekort wel als logisch binnen algemene gezondheidszorg.
Noot: deze richtlijn is opgesteld vóór de publicatie van enkele recente grote studies en meta-analyses. Die nieuwere onderzoeken laten weliswaar kleine statistische effecten zien, maar veranderen de klinische conclusie niet wezenlijk: vitamine D is geen bewezen ziektemodificerende behandeling bij MS.
8. Conclusie
Vitamine D speelt waarschijnlijk een rol bij het ontstaan van MS en kan in een zeer vroege fase van het ziekteproces invloed hebben op ziekteactiviteit. Bij bestaande MS zijn de effecten bescheiden, ondersteunend en niet ziekte-modificerend.
Een nuchtere conclusie is daarom:
Vitamine D corrigeren is verstandig. Verwachten dat het MS behandelt, niet.
Dat onderscheid helpt om goede beslissingen te nemen — zonder valse hoop, maar ook zonder onnodige scepsis.
Bronnen en verdiepende literatuur
Onderstaande selectie bevat kernpublicaties waarop dit artikel is gebaseerd. Waar mogelijk zijn directe links opgenomen naar de originele publicaties.
Systematische reviews en meta-analyses
- Serag I. et al. (2025). Role of vitamin D as adjuvant therapy on multiple sclerosis: an updated systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. European Journal of Medical Research.
https://doi.org/10.1186/s40001-025-02981-x - Mahler J.V. et al. (2024). Vitamin D3 as an add-on treatment for multiple sclerosis: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Multiple Sclerosis and Related Disorders.
https://doi.org/10.1016/j.msard.2024.105433 - Yuan X. et al. (2021). The effect of different administration time and dosage of vitamin D supplementation in patients with multiple sclerosis. NeuroImmunoModulation.
https://doi.org/10.1159/000515131
Gerandomiseerde klinische studies (RCT’s)
- Thouvenot E. et al. (2025). High-dose vitamin D in clinically isolated syndrome typical of multiple sclerosis (D-LAY study). JAMA.
https://doi.org/10.1001/jama.2025.1604 - Cassard S.D. et al. (2023). High-dose vitamin D3 supplementation in relapsing-remitting multiple sclerosis.eClinicalMedicine.
https://doi.org/10.1016/j.eclinm.2023.101957 - Hupperts R. et al. (2019). Randomized trial of daily high-dose vitamin D3 in RRMS receiving interferon beta-1a.Neurology.
https://doi.org/10.1212/WNL.0000000000008445
Observationele en real-world studies
- Vachová M. et al. (2026). From sunlight to MS fight: impact of vitamin D levels on multiple sclerosis activity.Neurological Sciences, 47:38.
https://doi.org/10.1007/s10072-025-08729-z - Mowry E.M. et al. (2012). Vitamin D status predicts new brain MRI activity in multiple sclerosis. Annals of Neurology.
https://doi.org/10.1002/ana.23591
Mechanistische en genetische studies
- Ramagopalan S.V. et al. (2009). Expression of the multiple sclerosis–associated HLA-DRB11501 allele is regulated by vitamin D.* PLoS Genetics.
https://doi.org/10.1371/journal.pgen.1000369 - Correale J. et al. (2009). Immunomodulatory effects of vitamin D in multiple sclerosis. Brain.
https://doi.org/10.1093/brain/awp033
Richtlijnen (Nederland)
- Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN). Richtlijn Multiple Sclerose – Voeding bij MS (vitamine D suppletie). Richtlijnendatabase.
https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/multiple_sclerose_ms/symptomatische_behandeling_van_ms/leefstijl_bij_ms/voeding_bij_ms.html?query=vitamine%20D#preface
Samenvatting richtlijn (zoekvraag: vitamine D-suppletie):
De Nederlandse richtlijn beoordeelt het bewijs voor vitamine D-suppletie bij MS als zeer laag (GRADE) voor alle klinisch relevante uitkomstmaten:
- Ziekteprogressie / MRI-laesies:Â onduidelijk effect
(bronnen: Jagannath 2018; Camu 2019) - Disability (EDSS):Â onduidelijk effect
(bronnen: Jagannath 2018; Camu 2019) - Relapses:Â onduidelijk effect
(bronnen: Jagannath 2018; Camu 2019) - Kwaliteit van leven:Â onduidelijk effect
(bronnen: Jagannath 2018; Camu 2019) - Urineweginfecties en stoelgang (Bristol Stool Chart):Â geen bruikbare literatuur gevonden
De richtlijn concludeert dat vitamine D niet kan worden aanbevolen als behandeling voor MS, maar dat correctie van een tekort wel logisch is binnen algemene gezondheidszorg.
