Urineweginfecties bij MS en NMOSD

by Bram en AI

Wat je als patiënt moet weten over blaasproblemen, infecties en schub-angst


Urineweginfecties (UWI’s) komen veel voor bij mensen met multiple sclerose (MS) en neuromyelitis optica spectrum disorder (NMOSD). Toch bestaat er onder patiënten – en soms ook bij zorgverleners – veel onduidelijkheid over wat nu wél en níet een infectie is, wanneer behandeling nodig is, en of een UWI een schub kan uitlokken.

In dit artikel zetten we de huidige wetenschappelijke kennis op een rij en vertalen die naar de praktijk van alledag.


Hoe groot is het probleem?

De cijfers liegen er niet om:

  • 70–80% van de mensen met MS of NMOSD krijgt tijdens het ziekteverloop blaasproblemen¹
  • Patiënten met MS hebben een 2,5 keer zo hoog risico op urineweginfecties als mensen zonder MS²
  • In sommige studies houdt 30–50% van de MS-gerelateerde ziekenhuisopnames verband met urineweginfecties¹

Ondanks deze hoge prevalentie is goede patiëntvoorlichting over dit onderwerp schaars. Veel mensen lopen jarenlang rond met terugkerende infecties zonder te weten dat er meer mogelijkheden zijn dan steeds opnieuw antibiotica slikken.


Waarom komen urineweginfecties zo vaak voor?

Bij MS

Tijdens het ziekteverloop ontwikkelt het overgrote deel van de mensen met MS blaasproblemen. Dat kan gaan om:

  • moeite met uitplassen (retentie)
  • een overactieve blaas
  • incontinentie
  • of een combinatie hiervan

Deze zogeheten neurogene blaas zorgt ervoor dat urine in de blaas achterblijft of onder verhoogde druk wordt opgeslagen. Dat creëert een gunstige omgeving voor bacteriën.

Bij NMOSD: vaak ernstiger

Hoewel NMOSD soms met MS wordt verward, is het een andere aandoening – vaak met ernstigere ruggenmergschade. Dit uit zich ook in de blaasproblematiek³:

  • 72% heeft urineretentie
  • 52% heeft incontinentie
  • Vrijwel niemand met NMOSD heeft een volledig normale blaasfunctie

Dit verklaart waarom mensen met NMOSD vaker ernstige urineweginfecties krijgen, inclusief nierbekkenentstekingen. Ook heeft een veel groter deel van de NMOSD-patiënten katheterisatie nodig: ruim 40%, tegenover ongeveer 12% bij MS.


Het belangrijkste misverstand: een UWI is géén schub

Een van de meest gehoorde zorgen is of een blaasontsteking een MS- of NMOSD-schub kan uitlokken. Het korte en geruststellende antwoord:

Nee. Een urineweginfectie veroorzaakt geen echte schub en leidt niet tot blijvende toename van invaliditeit.

Wat wél kan gebeuren, is een tijdelijke verergering van bestaande klachten – vooral bij infecties met koorts.

Hoe werkt dat?

Bij koorts stijgt de lichaamstemperatuur. In zenuwen die al beschadigd zijn door demyelinisatie werkt de zenuwgeleiding dan tijdelijk minder goed. Dit heet het Uhthoff-fenomeen.

Het gevolg:

  • Klachten zoals krachtsverlies, gevoelsstoornissen of vermoeidheid nemen tijdelijk toe
  • Na het verdwijnen van de infectie keren deze klachten terug naar het oude niveau

Dit voelt voor veel patiënten als een schub, maar het is geen nieuwe ontstekingsactiviteit in het zenuwstelsel. Er ontstaat geen nieuwe schade.

Praktisch onderscheid: infectie of schub?

SituatieWaarschijnlijk
Verergering mét koortsDenk eerst aan infectie
Verergering zónder koorts, wel bacteriën in urineMeestal géén schub
Nieuwe klachten die blijven ná genezing infectieOverleg met neuroloog

Dit onderscheid is belangrijk. Behandeling met corticosteroïden bij een infectie kan zelfs schadelijk zijn.


Niet elke bacterie in de urine is een infectie

Bij mensen met MS of NMOSD – zeker bij gebruik van katheters – worden vaak bacteriën in de urine gevonden zonder dat er klachten zijn. Dit heet asymptomatische bacteriurie.

Belangrijk om te weten:

  • Dit is géén infectie
  • Behandeling met antibiotica helpt niet
  • Behandelen vergroot juist de kans op antibioticaresistentie

Let op: Een positieve urinestrip of urinekweek zonder klachten betekent niet automatisch dat je een infectie hebt die behandeld moet worden.

Het advies is duidelijk

Niet screenen en niet behandelen, behalve:

  • bij zwangerschap
  • vlak vóór een ingrijpende urologische ingreep

Ook vóór start van MS-medicatie is behandeling meestal niet nodig, tenzij er sprake is van ernstige afweerstoornissen (hypogammaglobulinemie) én herhaalde ernstige infecties.


Katheteriseren: risico én oplossing tegelijk

Katheterisatie lijkt op het eerste gezicht het risico op infecties te vergroten – en dat klopt deels. Toch is het vaak juist noodzakelijk om infecties te voorkomen.

De paradox uitgelegd

Waarom katheterisatie risico geeft:

  • Er worden bacteriën geïntroduceerd in de blaas
  • De katheter kan kleine beschadigingen veroorzaken

Waarom níet katheteriseren óók risico geeft:

  • Achterblijvende urine (meer dan 120 ml na plassen) is een belangrijke risicofactor voor infecties
  • Stilstaande urine is een ideale voedingsbodem voor bacteriën

De kunst is dus niet om katheterisatie te vermijden, maar om het zo veilig mogelijk te doen.

Welke vorm heeft de voorkeur?

TypeInfectierisicoWanneer
Schone intermitterende zelfkatheterisatie (CIC)LaagstGouden standaard
Suprapubische katheterGemiddeldBij langdurige noodzaak
Urethrale verblijfskatheterHoogstAlleen als laatste optie

Tips voor veilige zelfkatheterisatie

  • Goede instructie door een gespecialiseerde verpleegkundige is essentieel
  • Handen wassen is belangrijker dan steriel werken
  • Vaak genoeg katheteriseren (meestal 4–6 keer per dag) – niet te lang wachten
  • Single-use katheters hebben de voorkeur boven hergebruik
  • Voldoende drinken zodat de urine verdund blijft

MS- en NMOSD-medicatie en infectierisico

Geen verhoogd risico

De volgende MS-medicijnen verhogen het risico op urineweginfecties niet:

  • Interferonen (Avonex, Rebif, Betaferon, Plegridy)
  • Glatirameeracetaat (Copaxone)
  • Teriflunomide (Aubagio)
  • Natalizumab (Tysabri)

Mogelijk verhoogd risico bij lage witte bloedcellen

Bij de volgende medicijnen kan het infectierisico toenemen als je lymfopenie (lage witte bloedcellen) ontwikkelt:

  • Dimethylfumaraat / diroximelfumaraat (Tecfidera / Vumerity)
  • S1P-modulatoren: fingolimod, siponimod, ozanimod, ponesimod (Gilenya / Mayzent / Zeposia / Ponvory)

Bij deze medicijnen worden je bloedwaarden regelmatig gecontroleerd.

Licht verhoogd risico

Bij anti-CD20-therapieën is het infectierisico iets verhoogd, ook als de antilichaamspiegels nog normaal zijn:

  • Ocrelizumab / ofatumumab / ublituximab (Ocrevus / Kesimpta / Briumvi)
  • Rituximab

Het risico neemt verder toe bij lage antilichaamspiegels (hypogammaglobulinemie). Als je een van deze medicijnen gebruikt én je hebt vaak infecties, vraag dan je neuroloog of je immunoglobulinespiegels gecontroleerd kunnen worden.

Tijdelijk verhoogd risico na behandeling

Bij sommige behandelingen is het infectierisico tijdelijk verhoogd tijdens de herstelperiode van het immuunsysteem:

  • Cladribine (Mavenclad) – vooral de eerste maanden na elke kuur
  • Alemtuzumab (Lemtrada) – de herstelperiode kan langer duren (soms jaren)
  • HSCT (stamceltransplantatie) – verhoogd risico tijdens en na de conditionering

Antibioticaresistentie: een groeiend probleem

Bij mensen met een neurogene blaas wordt steeds vaker resistentie tegen meerdere antibiotica gezien.

Wat bevordert resistentie?

  • Langdurig profylactisch antibioticagebruik
  • Herhaald behandelen van asymptomatische bacteriurie
  • Incomplete antibioticakuren (te vroeg stoppen)

Wat kun je doen?

  • Gebruik antibiotica alleen bij klachten
  • Laat bij voorkeur een urinekweek afnemen vóór behandeling
  • Maak kuren altijd volledig af
  • Vraag niet om antibiotica “voor de zekerheid”

Grip op je blaas krijg je door voldoende te drinken, bekkenfysiotherapie en (indien nodig) veilig katheteriseren.
Let op het kruis: cranberry’s werken niet.

Wat helpt wél bij preventie?

De kern van preventie is blaasstabilisatie: zorgen dat de blaas goed functioneert.

Medische aanpak

  • Goede diagnostiek (zo nodig urodynamisch onderzoek)
  • Volledige en regelmatige blaaslediging
  • Behandeling van overactiviteit van de blaas
  • Botox-injecties bij hardnekkige klachten
  • Bekkenfysiotherapie – een gespecialiseerde bekkenfysiotherapeut kan helpen bij het leren ontspannen van de bekkenbodem, wat de blaaslediging verbetert. Dit is vaak een eerste stap vóórdat katheterisatie wordt overwogen

Zelfzorg

  • Voldoende drinken (6–8 glazen per dag)
  • Constipatie voorkomen (obstipatie belemmert volledige blaaslediging)
  • Plassen na seks
  • Goede hygiëne (van voor naar achter afvegen)
  • Tijdig contact opnemen bij klachten

Wat helpt níet?

Cranberryproducten

Cranberry is specifiek onderzocht bij MS-patiënten in een studie met 171 deelnemers.4 De conclusie was helder: geen effect op het voorkomen van urineweginfecties.

Dagelijkse profylactische antibiotica

Standaard dagelijks een lage dosis antibiotica slikken om infecties te voorkomen wordt niet aanbevolen. Het is niet effectief en verhoogt de kans op resistentie.

Let op: Bij zeer frequente infecties (drie of meer per jaar) kan een uroloog soms wél een specifiek antibioticaschema voorschrijven, zoals het WOCA-regime (Weekly Oral Cycling Antibiotics). Dit is iets anders dan dagelijkse profylaxe en gebeurt alleen onder specialistische begeleiding.

Routinematig behandelen van bacteriën zonder klachten

Zoals eerder besproken: asymptomatische bacteriurie behandelen heeft geen zin en werkt averechts.


Nieuwe ontwikkelingen

Bij patiënten met zeer frequente, therapieresistente infecties worden nieuwe strategieën onderzocht:

Intravesicale gentamicine-instillaties

Hierbij wordt een antibioticum direct in de blaas gebracht. Recente studies laten veelbelovende resultaten zien: het aantal infecties daalde van gemiddeld 4 naar 1 per jaar, zonder toename van resistentie. De meeste patiënten blijven deze behandeling jarenlang gebruiken.

Orale immunotherapie

Vaccins met bacteriële bestanddelen (zoals OM-89/Uro-Vaxom) kunnen mogelijk het immuunsysteem trainen om infecties beter af te weren. Grotere studies zijn nodig om de effectiviteit te bevestigen.

Bacteriofaagtherapie

Bacteriofagen zijn virussen die specifiek bacteriën aanvallen. Dit is een experimentele behandeling die mogelijk kan helpen bij multiresistente infecties.

Deze behandelingen zijn nog geen standaardzorg, maar kunnen in gespecialiseerde centra worden overwogen.


Wanneer contact opnemen met je arts?

Direct contact (dezelfde dag)

  • Koorts (boven 38°C) in combinatie met plasklachten
  • Bloed in de urine
  • Hevige pijn in de rug of zij (kan wijzen op nierbekkenontsteking)
  • Algehele malaise met rillingen

Binnen enkele dagen

  • Branderig gevoel bij plassen
  • Frequente aandrang
  • Troebele of sterk ruikende urine
  • Toename van spasmen of spasticiteit – bij sommige mensen is dit zelfs het eerste teken van een infectie
  • Meer incontinentie dan gebruikelijk

Bespreek bij een reguliere controle

  • Drie of meer infecties per jaar
  • Het gevoel dat je steeds sneller resistent wordt
  • Vragen over katheterisatie
  • Vragen over je MS- of NMOSD-medicatie en infectierisico

Wanneer is urodynamisch onderzoek zinvol?

Als je regelmatig urineweginfecties hebt en er nog nooit onderzoek is gedaan naar je blaasfunctie, kan urodynamisch onderzoek veel inzicht geven. Dit onderzoek meet hoe je blaas zich vult en ledigt, en kan laten zien of er sprake is van:

  • Onvolledige lediging (retentie)
  • Verhoogde blaasdruk
  • Coördinatieproblemen tussen blaas en sluitspier

Op basis van de uitslag kan gerichte behandeling worden ingezet.


Samenvatting: de belangrijkste boodschappen

  1. Een UWI is geen schub – alleen koorts kan tijdelijke verergering geven via het Uhthoff-fenomeen
  2. Niet elke bacterie hoeft behandeld – een positieve test zonder klachten is geen reden voor antibiotica
  3. Katheterisatie is vaak nodig – het gaat niet om vermijden, maar om het veilig doen
  4. Cranberry werkt niet – dit is specifiek onderzocht bij MS
  5. Goede blaaszorg is de basis – laat zo nodig urodynamisch onderzoek doen
  6. Verstandig antibioticagebruik voorkomt resistentieproblemen later
  7. NMOSD-patiënten hebben vaak ernstiger blaasproblematiek en verdienen extra aandacht

Tot slot

Urineweginfecties zijn bij MS en NMOSD veelvoorkomend en belastend, maar vaak beter te begrijpen en te voorkomen dan gedacht. Goede voorlichting helpt om samen met je zorgverleners betere keuzes te maken – en onnodige behandelingen te vermijden.

Heb je vragen over jouw specifieke situatie? Bespreek deze met je MS-verpleegkundige, neuroloog, uroloog of bekkenfysiotherapeut.


Referenties

  1. Donzé C, Papeix C, Lebrun-Frenay C, et al. Urinary tract infections and multiple sclerosis: Recommendations from the French Multiple Sclerosis Society. Rev Neurol (Paris). 2020;176(10):804-822. doi.org/10.1016/j.neurol.2020.02.011
  2. Phé V, Pakzad M, Curtis C, et al. Urinary tract infections in multiple sclerosis. Mult Scler. 2016;22(7):855-861. doi.org/10.1177/1352458516633903
  3. Amarenco G, et al. Urological and sexual disorders in multiple sclerosis and neuromyelitis optica spectrum disorder. Handbook of Clinical Neurology. 2023.
  4. Gallien P, et al. Cranberry versus placebo in the prevention of urinary infections in multiple sclerosis: a multicenter, randomized, placebo-controlled, double-blind trial. Mult Scler. 2014;20(9):1252-1259. doi.org/10.1177/1352458513517592

Dit artikel is gebaseerd op de Franse MS-richtlijn (2020) en recente wetenschappelijke literatuur. Het is bedoeld als algemene voorlichting en vervangt geen persoonlijk medisch advies.

You may also like

Leave a Comment

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More