Waarom wordt er niet regelmatig een MRI van mijn ruggenmerg gemaakt?

by Bram en AI

Een uitgebreid overzicht voor patiënten en professionals

Stichting MS in beeld | Januari 2026


Samenvatting

Dit document behandelt de vraag waarom bij MS-patiënten wel jaarlijks een hersen-MRI wordt gemaakt, maar niet standaard een ruggenmerg-MRI. De internationale MAGNIMS-CMSC-NAIMS consensus richtlijnen (2021) bevelen routine ruggenmerg-MRI voor monitoring niet aan vanwege technische uitdagingen en beperkte toegevoegde waarde bij de meeste patiënten. Dit document geeft een overzicht van de wetenschappelijke onderbouwing, inclusief kwantitatieve data, richtlijnen, en indicaties wanneer ruggenmerg-MRI wél zinvol is.


Mythes en feiten

Mythe: “Als mijn ruggenmerg niet gescand wordt, missen we belangrijke MS-activiteit.”

Feit: Bij >98% van klinisch stabiele patiënten zou een ruggenmerg-MRI geen behandelconsequenties hebben. Nieuwe ruggenmerglaesies gaan in ~90% van de gevallen gepaard met hersenactiviteit of klinische symptomen die ook zonder ruggenmerg-MRI worden opgemerkt.

Mythe: “Ruggenmerg-MRI kan mijn vermoeidheid of cognitieve klachten verklaren.”

Feit: Ruggenmerglaesies correleren met motorische beperkingen en loopstoornissen, maar niet met cognitie of vermoeidheid. Deze klachten worden veroorzaakt door hersenprocessen die niet zichtbaar zijn op ruggenmerg-MRI.

Mythe: “Hoe meer MRI’s, hoe beter de monitoring.”

Feit: De waarde van een MRI hangt af van de klinische vraagstelling. Een ruggenmerg-MRI zonder indicatie leidt vaak tot onduidelijke bevindingen zonder handelingsperspectief.


Conceptueel kader: de rol van ruggenmerg-MRI

Screening versus confirmatie

RolHersen-MRIRuggenmerg-MRI
Screening✓ Geschikt✗ Niet geschikt
Confirmatie/verklaring✓ Geschikt✓ Geschikt
Monitoring activiteit✓ Primair instrument✗ Alleen op indicatie
Inschatten structurele schade✓ Goed✓ Zeer goed

Kernboodschap: Ruggenmerg-MRI is een confirmatory tool (bevestigingsinstrument), geen screening tool. Het is waardevol wanneer er een specifieke klinische vraag is, maar inefficiënt als routine-onderzoek.

Disease activity versus disease burden

Een cruciaal onderscheid:

ConceptDefinitieBeste instrument
Disease activityNieuwe inflammatoire activiteit (nieuwe laesies, Gd+)Hersen-MRI
Disease burdenTotale structurele schade (laesielast, atrofie)Hersen-MRI + SC-MRI

Ruggenmerg-MRI is:

  • Zwak voor detectie van activiteit (laesies zijn kort Gd+, vaak symptomatisch)
  • Sterk voor inschatting van structurele schade (atrofie, totale laesielast)

Dit verklaart waarom SC-MRI:

  • Goed is bij diagnose (disease burden bepalen)
  • Beperkt is bij monitoring (disease activity detecteren)

1. Internationale richtlijnen en aanbevelingen

1.1 MAGNIMS-CMSC-NAIMS consensus (2021)

De belangrijkste internationale richtlijn is de 2021 MAGNIMS-CMSC-NAIMS consensus gepubliceerd in Lancet Neurology (Wattjes et al., 2021). De kernboodschap:

“We conclude that there is not enough evidence to recommend spinal cord MRI for routine follow-up monitoring of disease activity in patients with multiple sclerosis, as it is technically challenging and would disproportionately increase the scanning time.”

Bewijsniveau: Deze aanbeveling is gebaseerd op consensus van Europese en Noord-Amerikaanse expertgroepen na systematische literatuurevaluatie.

1.2 Aanbevelingen per situatie

SituatieHersen-MRIRuggenmerg-MRI
Diagnose MSAanbevolenAanbevolen
Baseline bij behandelstartAanbevolenOptioneel
Routine monitoring (jaarlijks)AanbevolenNiet aanbevolen
Veiligheidsmonitoring (bijv. PML-screening)AanbevolenNiet nodig

1.3 Specifieke indicaties voor ruggenmerg-MRI bij follow-up

De richtlijnen specificeren de volgende indicaties waarbij ruggenmerg-MRI wél geïndiceerd is:

  1. Spinaal fenotype: patiënten met weinig/geen hersenlaesies maar voornamelijk medulaire betrokkenheid
  2. Onverklaarde verslechtering: klinische achteruitgang die niet verklaard wordt door hersen-MRI
  3. Herhaalde spinale relapses: terugkerende symptomen vanuit het ruggenmerg
  4. Diagnostische onzekerheid: vermoeden van alternatieve diagnose of comorbiditeit
  5. Behandelbeslissingen: wanneer klinische presentatie of hersen-MRI onduidelijk is

2. Prognostische waarde van ruggenmerglaesies

2.1 Bij diagnose: sterke prognostische waarde

Ruggenmerglaesies bij diagnose hebben significante prognostische implicaties:

UitkomstRisicomaatBron
Risico op MS-diagnose bij CISHR 2.0–2.6Arrambide et al., 2018
Risico bij ≥2 ruggenmerglaesiesHR 2.4–3.3Arrambide et al., 2018
Korte-termijn invaliditeitsrisico~5× verhoogdSombekke et al., 2013
Secundair progressieve MS na 15 jaarOR 4.71 (p<0.01)Brownlee et al., 2019
Kortere tijd tot EDSS ≥3.0Zeer hoge sensitiviteitLukas et al., 2013

2.2 Bij Radiologisch Geïsoleerd Syndroom (RIS)

De prognostische waarde is bijzonder uitgesproken bij RIS:

  • 100% van RIS-patiënten die PPMS ontwikkelden had ruggenmerglaesies
  • 64% van degenen die CIS/MS ontwikkelden had ruggenmerglaesies
  • Slechts 23% van degenen die asymptomatisch bleven had ruggenmerglaesies

Bron: Kantarci et al., 2016; Lebrun-Frénay et al., 2023

2.3 Verband met invaliditeit

  • Ruggenmerglaesies correleren met hogere EDSS-scores in longitudinaal onderzoek
  • Spinale atrofie is een onafhankelijke voorspeller van toekomstige invaliditeit
  • Het totale volume van ruggenmerglaesies correleert sterker met EDSS dan het aantal laesies

3. Frequentie en klinische relevantie van asymptomatische spinale laesies

3.1 Kernstatistieken uit recent onderzoek

StudiePopulatieGeïsoleerde asymptomatische SC-laesiesBron
Toronto (2024)1285 klinisch stabiele patiënten1.9%Lim et al., Mult Scler
EMISEP cohort (2025)221 follow-up intervallen2%Hong et al., J Neurol
Rome (2023)830 patiënten, 7 jaar FU16.1% (Gd+ alleen in SC)Ruggieri et al., J Neurol
Zecca et al. (2016)Klinisch stabiele RRMS10%Mult Scler

3.2 Belangrijke nuances

Overlap met hersenactiviteit:

  • ~90% van nieuwe ruggenmerglaesies gaat gepaard met nieuwe hersenlaesies
  • Patiënten met ≥3 nieuwe hersenlaesies hebben significant meer kans op nieuwe SC-laesies (OR 7.11, 95% CI 4.3-11.7)

Klinische betekenis van asymptomatische laesies:

  • Asymptomatische SC-laesies voorspellen toekomstige relapses en nieuwe hersenlaesies
  • ~75% van ruggenmerglaesies is symptomatisch (versus ~10% van hersenlaesies)
  • Binnen 6-12 maanden worden de meeste “asymptomatische” laesies alsnog klinisch manifest

Sampling bias:

  • Ruggenmerg-MRI wordt minder frequent uitgevoerd dan hersen-MRI
  • Studies die beide systematisch vergelijken zijn schaars
  • Follow-up duur en scanfrequentie beïnvloeden de gedetecteerde incidentie

3.3 Impact op NEDA (No Evidence of Disease Activity)

De definitie van NEDA omvat traditioneel:

  1. Geen relapses
  2. Geen EDSS-progressie
  3. Geen nieuwe/vergrote T2-laesies op hersen-MRI
  4. Geen Gd+-laesies

Vraag: Moet ruggenmerg-MRI onderdeel zijn van NEDA-evaluatie?

  • Toevoegen van SC-MRI zou 2-16% meer patiënten als “actief” classificeren
  • Echter: de klinische relevantie van deze additionele detectie is onduidelijk
  • Internationale consensus: SC-MRI is geen standaard NEDA-component

4. Technische uitdagingen en MRI-protocollen

4.1 Cervicaal versus thoracaal ruggenmerg: wat missen we structureel?

Een belangrijke nuance die vaak onderbelicht blijft:

In de praktijk:

  • >70% van follow-up ruggenmerg-MRI’s beperkt zich tot het cervicale ruggenmerg
  • Het thoracale ruggenmerg wordt vaak niet of suboptimaal afgebeeld

Waarom dit problematisch is:

AspectCervicaalThoracaal
BeeldkwaliteitBeterSlechter (ademhaling, hartslag)
LaesiedetectieHogerLager
Correlatie met loopstoornissenMatigSterk
Correlatie met EDSSMatigSterk

Implicatie: De gerapporteerde “lage incidentie van asymptomatische ruggenmerglaesies” is deels een methodologisch artefact. Studies die alleen cervicaal scannen, missen systematisch thoracale laesies die juist sterk correleren met invaliditeit.

Dit versterkt twee conclusies:

  1. We weten minder over ruggenmerglaesies dan de literatuur suggereert
  2. Routine SC-MRI is inefficiënt, maar gerichte SC-MRI (inclusief thoracaal) bij specifieke indicaties is des te belangrijker

4.2 Anatomische en fysieke uitdagingen

UitdagingBeschrijving
Klein volume~20 ml ruggenmergweefsel vs. ~1500 ml hersenweefsel
BewegingsartefactenAdemhaling, hartslag, liquorpulsaties
SusceptibiliteitsartefactenLucht-weefsel interfaces, bot, kraakbeen
Lange acquisitietijd45-60 minuten extra naast hersen-MRI
Anatomische variatieCervicaal vs. thoracaal vs. lumbaal segment

4.2 Aanbevolen MRI-protocol (MAGNIMS 2021)

Minimale vereisten:

  • Veldsterkte: minimaal 1.5T (bij voorkeur 3T)
  • Ten minste twee van drie sagittale sequenties:
    • T2-gewogen (TSE/FSE)
    • Proton density-gewogen (PD)
    • Short Tau Inversion Recovery (STIR)

Optioneel maar waardevol:

  • Axiale T2-gewogen sequenties (bevestiging en karakterisering)
  • Phase-Sensitive Inversion Recovery (PSIR) – hogere sensitiviteit, vooral cervicaal
  • Gadolinium-versterkte T1 (alleen bij specifieke indicatie)

4.3 Sensitiviteit van verschillende sequenties

SequentieVoordeelNadeel
T2-gewogenStandaard, breed beschikbaarBeperkte sensitiviteit alleen
STIRHogere sensitiviteitMeer artefacten
PSIRZeer hoge sensitiviteit (cervicaal)Niet overal beschikbaar
3D T1-gewogen (MPRAGE)Goede anatomische definitieLaesiedetectie minder sensitief

Aanbeveling: Gebruik van twee vlakken (sagittaal + axiaal) verbetert laesiedetectie met 22% vergeleken met alleen sagittale beelden.

4.4 Inter-beoordelaar variabiliteit

  • Interpretatie van ruggenmerg-MRI vereist specifieke neuroradiologische expertise
  • Inter-rater agreement is lager voor SC-laesies dan voor hersenlaesies
  • Geautomatiseerde segmentatie (bijv. Spinal Cord Toolbox) kan reproduceerbaarheid verbeteren

4.5 Het timing-effect: wanneer je scant doet ertoe

Een vaak over het hoofd gezien fenomeen:

Ruggenmerglaesies versus hersenlaesies:

KenmerkHersenlaesiesRuggenmerglaesies
Duur gadolinium-aankleuringWeken tot maandenKorter (dagen tot weken)
Tijd tot symptomenVaak asymptomatischSneller symptomatisch
DetectievensterBreedSmal

De paradox:

  • Ruggenmerglaesies zijn korter gadolinium-positief
  • Ze worden sneller symptomatisch
  • Jaarlijkse scans missen per definitie een deel van de activiteit

Gevolg: SC-MRI lijkt weinig toegevoegde waarde te hebben, mede omdat we hem zelden op het juiste moment maken. Dit is een methodologische verklaring voor de lage detectie van asymptomatische laesies, niet noodzakelijk een biologisch gegeven.

Praktische implicatie:

  • Routine jaarlijkse SC-MRI is inefficiënt (verkeerd moment)
  • Gerichte SC-MRI bij acute of subacute spinale symptomen is logisch (juiste moment)

5. Rol bij therapiekeuzes

5.1 Bevindingen uit de MSBase registry (Kreiter et al., 2024)

Een opvallende bevinding uit recent onderzoek:

Hoog-effectieve DMTs vs. laag-effectieve DMTs:

UitkomstHazard Ratio (95% CI)p-waarde
Nieuwe hersenlaesies0.22 (0.10–0.49)<0.001
Relapses0.45 (0.28–0.72)0.004
Nieuwe ruggenmerglaesies0.99 (0.51–1.92)0.97 (NS)

Interpretatie: Hoog-effectieve behandelingen verminderen hersenlaesies en relapses significant, maar lijken geen significant effect te hebben op ruggenmerglaesies vergeleken met laag-effectieve behandelingen.

5.2 Mogelijke verklaringen

  1. Verschillende pathofysiologie: de bloed-ruggenmergsbarrière (BSCB) verschilt van de bloed-hersenbarrière (BBB)
  2. Immunologische compartimentalisatie: Th1/Th17 balans beïnvloedt lokalisatie van inflammatie
  3. Meningeale inflammatie: B-celdensiteit in spinale meningeale infiltraten correleert met ernst van rugenmergpathologie

5.3 Consequenties voor de praktijk

  • Een nieuwe ruggenmerglaesie kan een reden zijn voor behandelwijziging
  • Echter: er is geen consensus dat routine SC-MRI nodig is om deze beslissing te nemen
  • De meeste behandelbeslissingen kunnen gebaseerd worden op kliniek + hersen-MRI

7. Wat ruggenmerg-MRI NIET kan verklaren

7.1 Cognitie en vermoeidheid: een cruciale ontkoppeling

Voor patiënten is dit essentieel om te begrijpen:

Ruggenmerglaesies correleren met:

  • ✓ Motorische beperkingen (kracht, coördinatie)
  • ✓ Loopstoornissen
  • ✓ Blaas- en darmfunctie
  • ✓ Sensibiliteitsstoornissen

Ruggenmerglaesies correleren niet met:

  • ✗ Cognitieve klachten (concentratie, geheugen)
  • ✗ Vermoeidheid
  • ✗ Stemmingsklachten
  • ✗ “Onzichtbare MS”

Waarom dit belangrijk is:

Veel patiënten voelen zich “klinisch slechter” terwijl hun ruggenmerg-MRI niets nieuws laat zien. Dit is geen falen van de MRI—cognitie en vermoeidheid worden veroorzaakt door:

  • Diffuse hersenveranderingen (niet zichtbaar op standaard MRI)
  • Grijze stof atrofie
  • Netwerk-disconnectie
  • Mogelijk “smouldering” inflammatie

Conclusie: Ruggenmerg-MRI is geen instrument om vermoeidheid, cognitieve klachten of “onzichtbare MS” te verklaren. Verwacht dit ook niet van deze scan.

7.2 Smouldering MS: een kennislacune

Wat is smouldering MS?

  • Chronische, sluimerende inflammatie zonder klassieke relapses
  • Gekenmerkt door chronisch actieve laesies (paramagnetische randen, microglia-activatie)
  • Leidt tot geleidelijke progressie

Het probleem:

  • Smouldering MS is vrijwel uitsluitend in de hersenen onderzocht
  • In het ruggenmerg: nauwelijks data
  • Vermoedelijk heeft chronische spinale inflammatie een disproportioneel effect op functieverlies

Waarom dit relevant is:

Dit verklaart waarom:

  • SC-MRI weinig “nieuwe laesies” laat zien bij progressieve patiënten
  • Maar progressie toch doorzet
  • En spinale atrofie correleert met invaliditeit

Het benoemen van deze kennislacune is belangrijk: we weten niet goed hoe smouldering MS zich in het ruggenmerg manifesteert en of SC-MRI dit kan detecteren.


8. Progressieve MS: een speciaal geval

8.1 Recente bevindingen (Vercellino et al., 2025)

Bij niet-relapserende progressieve MS (PPMS en SPMS zonder relapses):

  • Toevoegen van SC-MRI detecteerde +43.75% meer patiënten met actieve ziekte
  • Dit is relevant omdat behandelrespons bij progressieve MS afhangt van aanwezigheid van inflammatoire activiteit
GroepPercentage met asymptomatische activiteit
Alleen hersen-MRI actief15.1%
Alleen SC-MRI actief7.6%
Beide locaties actief3.4%

8.2 Klinische implicatie

Bij progressieve MS-patiënten die in aanmerking komen voor behandeling (bijv. ocrelizumab, siponimod) kan SC-MRI helpen om:

  • Actieve ziekte aan te tonen wanneer hersen-MRI negatief is
  • Behandelrespons beter te stratificeren

9. Geavanceerde MRI-biomarkers

9.1 Huidige onderzoeksgebieden

BiomarkerWat meet het?Status
Ruggenmerg-atrofieVolume-afname, neurodegeneratieOnderzoeksfase; nog geen klinische toepassing
Diffusion Tensor Imaging (DTI)Microstructurele schadeVoorspelt conversie CIS→MS (sens/spec ~93%/72%)
Magnetization Transfer Imaging (MTI)MyelinestatusOnderzoeksfase
Mean Upper Cervical Cord Area (MUCCA)Cross-sectioneel oppervlakMeest reproduceerbare atrofiemaat

9.2 Barrières voor klinische implementatie

  1. Gebrek aan normatieve data: referentiewaarden voor gezonde populaties ontbreken
  2. Scanner-variabiliteit: metingen zijn afhankelijk van hardware en software
  3. Tijdsinvestering: geavanceerde sequenties verlengen scantijd
  4. Expertise: vereist fysica-expertise voor standaardisatie
  5. Kosten: advanced imaging is duurder

9.3 Toekomstperspectief

  • AI-gebaseerde segmentatie (Spinal Cord Toolbox) verbetert reproduceerbaarheid
  • 7T MRI biedt betere visualisatie, maar vereist dedicated expertise
  • Central vein sign mogelijk ook detecteerbaar in SC-laesies

10. Methodologische kanttekening: de EDSS-bias

Een belangrijk punt voor professionals:

De EDSS (Expanded Disability Status Scale) is sterk spinaal-georiënteerd:

  • Loopfunctie domineert de score
  • Cognitieve beperkingen tellen nauwelijks mee
  • Visuele schade heeft beperkte impact

Gevolg voor interpretatie van onderzoek:

Correlaties tussen ruggenmerglaesies en EDSS zijn deels circulair:

  • Ruggenmerglaesies → loopproblemen → hogere EDSS
  • Maar: EDSS meet voornamelijk loopproblemen
  • Dus: de correlatie is deels een meetartefact

Wat dit betekent:

  • De prognostische waarde van SC-laesies voor EDSS is reëel, maar overschat
  • Patiënten met veel hersenlaesies en cognitieve schade kunnen een “gunstige” EDSS hebben
  • Bij progressieve MS is EDSS relevanter, bij RRMS met cognitieve klachten minder

11. Economische en praktische overwegingen

11.1 Number Needed to Scan

SettingNNS voor 1 extra diagnose/actief geval
CIS zonder spinale symptomen7 patiënten
Klinisch stabiele RRMS50-100 patiënten

11.2 Kosten-batenanalyse

Kosten van routine SC-MRI:

  • Extra scantijd: 45-60 minuten
  • Hogere belasting voor MRI-capaciteit
  • Meer radioloog-tijd voor interpretatie

Baten:

  • Detectie van 1.9-2% extra actieve patiënten in stabiele populatie
  • Onduidelijk of dit leidt tot betere klinische uitkomsten

Conclusie: De number needed to scan is hoog en de klinische impact van gedetecteerde asymptomatische laesies is onduidelijk.

11.3 Patiëntbelasting

  • Langere scantijd kan oncomfortabel zijn
  • Claustrofobie is problematischer bij lange scans
  • Niet alle patiënten kunnen lang stilliggen

11.4 Klinisch-communicatief aspect

Waarom artsen soms terughoudend zijn met SC-MRI (los van richtlijnen):

  1. Incidental findings: Niet-MS-gerelateerde afwijkingen die ongerustheid veroorzaken
  2. Moeilijk te duiden bevindingen: “Mogelijk laesie” zonder klinisch correlaat
  3. Discussies zonder handelingsperspectief: Bevinding die geen behandelconsequentie heeft maar wel vragen oproept

Dit is geen argument tegen SC-MRI, maar verklaart waarom de beslissing om wel/niet te scannen ook communicatieve overwegingen kent. Een SC-MRI is het meest zinvol wanneer er een duidelijke klinische vraag is én wanneer het antwoord consequenties heeft.


12. Kennisleemtes en aanbevelingen voor onderzoek

12.1 Concrete lacunes

  1. Prospectieve studies: langetermijnfollow-up met gestandaardiseerde SC-MRI-protocols
  2. Head-to-head vergelijking: verschillende MRI-sequenties voor SC-laesiedetectie
  3. DMT-trials: inclusie van ruggenmerguitkomsten als primaire/secundaire eindpunten
  4. Subgroepanalyses: welke patiënten profiteren van routine SC-MRI?
  5. Therapeutisch effect: bevestiging van de discrepantie tussen effect op hersenen vs. ruggenmerg
  6. Thoracaal ruggenmerg: systematische inclusie in studies (nu ondervertegenwoordigd)
  7. Smouldering MS in ruggenmerg: karakterisering van chronisch actieve laesies spinaal
  8. Timing-optimalisatie: bepalen van optimaal scanmoment bij spinale symptomen

12.2 Lopend onderzoek: het MSpine project

Het MSpine project (Academisch MS Centrum Zuyd) onderzoekt systematisch:

  • Incidentie van asymptomatische ruggenmerglaesies bij behandelstart
  • “Number needed to scan” voor klinische relevantie
  • Identificatie van subgroepen met verhoogd risico

12.3 Aanbevelingen voor harmonisatie

  • Internationale standaardisatie van SC-MRI-protocols
  • Ontwikkeling van normatieve datasets voor atrofiemetingen
  • Validatie van AI-tools voor automatische segmentatie
  • Registratie van SC-MRI-data in MS-registers (MSBase)

13. Conclusie en praktische aanbevelingen

Voor patiënten

De keuze om niet standaard een ruggenmerg-MRI te maken bij uw jaarlijkse controle is gebaseerd op:

  1. Wetenschappelijk bewijs: bij >98% van stabiele patiënten worden nieuwe ruggenmerglaesies ook opgemerkt via hersen-MRI of klinische symptomen
  2. Internationale richtlijnen: MAGNIMS-CMSC-NAIMS (2021) beveelt routine SC-MRI niet aan
  3. Praktische overwegingen: technische uitdagingen, beperkte MRI-capaciteit, patiëntbelasting

Bespreek met uw neuroloog of SC-MRI in uw specifieke situatie zinvol kan zijn, vooral als u:

  • Symptomen heeft die vanuit het ruggenmerg lijken te komen
  • Weinig hersenlaesies heeft maar toch klinische achteruitgang
  • Progressieve MS heeft en in aanmerking komt voor behandeling

Voor professionals

SituatieAanbeveling
DiagnoseSC-MRI aanbevolen
Baseline bij DMT-startSC-MRI overwegen
Jaarlijkse monitoring (stabiel)Alleen hersen-MRI
Spinaal fenotypeSC-MRI aanbevolen
Onverklaarde progressieSC-MRI aanbevolen
Progressieve MS, behandelbeslissingSC-MRI overwegen

Referenties

Internationale richtlijnen

  • Wattjes MP et al. 2021 MAGNIMS-CMSC-NAIMS consensus recommendations on the use of MRI in patients with multiple sclerosis. Lancet Neurol. 2021;20:653-670. DOI: 10.1016/S1474-4422(21)00095-8
  • Thompson AJ et al. Diagnosis of multiple sclerosis: 2017 revisions of the McDonald criteria. Lancet Neurol. 2018;17:162-173.

Prognostische studies

  • Brownlee WJ et al. Early imaging predictors of long-term outcomes in relapse-onset multiple sclerosis. Brain. 2019;142:2276-2287.
  • Arrambide G et al. Spinal cord lesions: a modest contributor to diagnosis in clinically isolated syndromes but a relevant prognostic factor. Mult Scler. 2018;24:301-312.
  • Lebrun-Frénay C et al. The radiologically isolated syndrome: revised diagnostic criteria. Brain. 2023;146:3431-3443. DOI: 10.1093/brain/awad073

Monitoring studies (via PubMed)

  • Lim TRU et al. Limited utility of adding 3T cervical spinal cord MRI to monitor disease activity in multiple sclerosis. Mult Scler. 2024;30:505-515. DOI: 10.1177/13524585241228426
  • Hong J et al. Limited added value of systematic spinal cord MRI vs brain MRI alone. J Neurol. 2025;272:316. DOI: 10.1007/s00415-025-13068-2
  • Ruggieri S et al. The added value of spinal cord lesions to disability accrual in multiple sclerosis. J Neurol. 2023;270:4995-5003. DOI: 10.1007/s00415-023-11829-5

Behandeleffect studies

  • Kreiter D et al. Effectiveness of DMT on spinal cord lesion formation in relapse-onset MS: An MSBase Registry Study. CNS Drugs. 2024;38:921-930. DOI: 10.1007/s40263-024-01115-x
  • Kreiter D et al. Effect of disease-modifying treatment on spinal cord lesion formation in multiple sclerosis. Mult Scler Relat Disord. 2023;79:104994. DOI: 10.1016/j.msard.2023.104994

Progressieve MS

  • Vercellino M et al. Added value of spinal cord MRI in detecting active disease in non-relapsing progressive MS. J Neurol. 2025;272:482. DOI: 10.1007/s00415-025-13217-7

Dit document is opgesteld voor Stichting MS in beeld op basis van wetenschappelijke literatuur en internationale richtlijnen.

Laatste update: januari 2026

You may also like

Leave a Comment

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More